Jenaplan onderwijs

TIJD
"Goedendag", zei de kleine prins.
"Goedendag", zei de koopman.
Hij verkocht uitstekende dorstlessende pillen.
Men slikt eens in de week een pil en
voelt nooit meer behoefte aan drinken.
"Waarom verkoop je die?" vroeg het prinsje.
"Het is een grote tijdsbesparing", zei de koopman.
"De geleerden hebben het uitgerekend.
Je bespaart drieënvijftig minuten in de week".
"En wat doe je dan met die drieënvijftig minuten?"
"Daar doe je mee wat je wilt".
"Als ik drieënvijftig minuten over had",
dacht het prinsje bij zichzelf,
"dan liep ik heel rustig naar een bron ….."
uit: De kleine prins van A.de Saint Exupéry


Ontstaan
Jenaplanonderwijs komt voort uit de ideeën van Peter Petersen. Tussen 1920 en 1950 ontwikkelde hij op de universiteitsschool in het Duitse stadje Jena een schooltype in de vorm van een leef- en werkgemeenschap. In ons land werden zijn opvattingen aangepast aan de eigen situatie en vormden zo aanleiding tot de ontwikkeling van Jenaplanscholen. Inmiddels zijn er meer dan 200 Jenaplanscholen.
Jenaplanscholen werken vanuit dezelfde 20 uitgangspunten. Jenaplanonderwijs is geen star gegeven, maar staat open voor nieuwe ideeën en daarom zal er altijd een ontwikkeling zijn om vernieuwing van onderwijs gestalte te geven.

Uitgangspunten
De Krullevaar is een christelijke basisschool. In onze school wordt een duidelijke relatie gelegd met de christelijke levensbeschouwing. Deze relatie komt naar voren in de wijze waarop wij samen willen leven en leren op school. De boodschap van de Bijbel vormt een belangrijke toetssteen en inspiratiebron voor het leven. Die inspiratiebron willen we open bevragen en het gesprek daarover wordt actief bevorderd. Kinderen ervaren zo verschillende meningen en leren daarmee om te gaan. Ze leren ook dat er verschillende meningen mogen zijn: respect voor elkaar. De levensbeschouwing vindt zijn uitdrukking in het volgende mensbeeld: de mens is uniek, heeft het recht een eigen identiteit te ontwikkelen en wordt steeds als totale persoon erkend. Hij of zij kent zijn of haar eigen verantwoordelijkheden voor gerechtigheid, vrede en heelheid van de schepping en mag daarop aangesproken worden. Hem of haar moet de mogelijkheid geboden worden om bij falen opnieuw te beginnen.
Het christen zijn herkennen wij in de opvoedkunde van het Jenaplan. Daarom willen wij de opvoeding en het onderwijs richting en vorm geven vanuit de 20 uitgangspunten (basisprincipes) van het Jenaplanonderwijs.


Twee belangrijke basisprincipes zijn:

- Elk mens is uniek: zo is er maar één. Daarom heeft ieder kind en elke volwassene een onvervangbare waarde.

- Elk mens wordt steeds als totale persoon erkend en waar mogelijk ook zo benaderd en aangesproken.


Dit betekent voor ons, dat er een leef- en werkgemeenschap ontstaat:

- Waarin bij het leren wordt omgegaan met verschillen tussen kinderen: verschillen in inzicht, tempo, interesse, enz. Waar mogelijk is dit leren zelfontdekkend en sluit het aan bij de belevingswereld van het kind.

- Waarin kinderen zich optimaal kunnen ontwikkelen: ontwikkeling van hoofd (verstandelijk), hart (sociaal-emotioneel) en handen (creatief).

- Waar kinderen worden gestimuleerd naar hun beste kunnen te presteren. En dan niet alleen bij lezen, rekenen en schrijven, maar ook op andere gebieden: samenwerken, elkaar helpen, iets moois maken, iets organiseren, goed naar anderen kunnen luisteren en zelf je gedachten kunnen verwoorden.

- Waarin aandacht is voor de basisbehoeften van kinderen, zoals: zorg voor hun gezondheid, beweging, structuur en duidelijkheid, veiligheid, geaccepteerd zijn, de behoefte aan uitdaging en creativiteit.

- Waarin kinderen zelfstandigheid en weerbaarheid ontwikkelen.

- Waar je leert zorg te hebben voor de ander en het andere (omgeving).

- Waar kinderen leren omgaan met hun eigen mogelijkheden en onmogelijkheden.

- Waar kinderen leren op een rechtvaardige en vreedzame manier met verschillen en tegenstellingen om te gaan.


In de Jenaplan-gedachte staat de opvoeding centraal. Onderwijs is een dienst aan de opvoeding van de kinderen en niet een doel op zich. Het leren staat in dienst van het leven. Zo wordt de school van "leer" school tot "leef" school.



Organisatie van het Jenaplanonderwijs

Groepering
Stamgroepen.

Onze stamgroepen zijn leeftijdheterogeen samengesteld. D.w.z. Er zijn verschillende leeftijden bij elkaar in 1 klaslokaal. De wijze waarop stamgroepen bij ons worden gevormd is afhankelijk van het aantal kinderen per bouw en dat is, zo blijkt af en toe, aan veranderingen onderhevig. Onze school heeft stamgroepen 0, 1, 2, in de onderbouw, 3, 4, 5 in de middenbouw en 6, 7, 8 in de bovenbouw.

We gebruiken de term "leerjaar" niet meer, om niet de suggestie te wekken dat daar een bepaalde hoeveelheid leerstof bij hoort. Hetzelfde geld voor de term "achterstand", die een gemiddelde ontwikkeling suggereert, die voor alle kinderen gelijk zou zijn.

Er is een overlap van het onderwijsaanbod in diverse stamgroepen, zodat leerstofbeheersing nooit de doorslag hoeft te geven bij een plaatsing of een overgang. Het kan dus gebeuren dat kinderen hierdoor op een eigen leerlijn komen en zo vanwege hun leeftijd naar de bovenbouw door gaan en niet om hun prestaties. Of juist in een middenbouw moeten blijven, terwijl ze wel al de leeftijd ervoor hebben. Dit kan ook van onderbouw naar middenbouw. In de praktijk kan dit betekenen dat kinderen met het jaarboek 4 mee rekenen, terwijl ze wat hun leeftijd betreft nog in boek 3 zouden moeten werken. In groep 8 is er voldoende aanbod om deze kinderen rekenen aan te kunnen bieden op hun niveau. Kan het kind goed lezen, dan leest het op eigen niveau door en wordt niet belemmerd door de "groep". Het kan ook voorkomen dat kinderen met bijv. spelling niet het tempo bij kunnen houden, dan is er gelegenheid om een eigen tempo aan te houden. Door de grote verscheidenheid in de groep, valt dit de kinderen niet op, waardoor er geen onderlinge pesterijen en rivaliteiten hoeven te ontstaan.

Voor de kinderen vanaf groep 3 zijn er voor rekenen en spelling vorderingsgroepen voor de cursorische onderdelen van dat vakgebied. Dat betekent dat in de stamgroep gewerkt wordt in niveaus. Hierin wordt er gekeken waarin het kind werkt, niet hoe oud het kind is. Wij noemen dat cursussen. Wij stimuleren de kinderen zoveel mogelijk om "op het niveau" van hun leeftijd te presteren, desnoods met extra werk en hulp. In de bovenbouw kennen we deze cursussen ook voor begrijpend lezen. We organiseren deze cursussen zoveel mogelijk binnen de eigen stamgroep. Het is dus niet leeftijd gebonden, maar gebonden aan de al behaalde vaardigheid. Zo kan een kind uit boek 3 al mee werken bij de cursus van boek 4.Ook gebeurt het dat kinderen uit boek 5 werken terwijl leeftijdgenootjes al in boek 6 of 7 zijn.

Op alle andere momenten is de stamgroep compleet.

We kennen ook stamgroep overstijgende "peetschappen/ tutorschappen". (hulp bieden aan andere kinderen). Wie weet beter dat leren lezen een moeizame vervelende manier kan zijn dan diegenen die er "vroeger"ook veel moeite mee hadden? Deze kinderen komen vanuit de bovenbouw eens voorlezen in de onderbouw of helpen in de middenbouw met het eerste leesproces.

Er is bewezen dat het leereffect voor zowel helper als geholpene groot zijn.

Ook worden er stamgroep overstijgende activiteiten georganiseerd. Voorbeelden daarvan zijn de vieringen met de hele school, die elke maandag morgen met een weekopening en vrijdagmiddag met een weeksluiting worden gevierd.

In de midden en bovenbouw zijn er vaste tafelgroepen in de stamgroepen. Iedere tafelgroep bestaat uit een jongste-, middelste- en een oudste kind en jongens en meisjes. Er wordt een tafelgroep oudste aangesteld, die het beheer heeft over de plantjes, viltstiften e.d. Deze houdt ook in de gaten of er eerlijk wordt verdeeld en dat de ruimte om de tafel netjes blijft. Ze leren niet de baas te spelen, maar te leiden. Het veranderen van een tafelgroep gaat in overleg met de kinderen zelf. De tafelgroep is de thuisbasis van de kinderen. Daar worden ervaringen gedeeld en worden in eerste instantie problemen opgelost. Ieder is tijdens de blokperiode met zijn eigen, van te voren geplande werkzaamheden bezig. Dit wordt opgebouwd vanaf groep 4, per dag tot/ met groep 8 per week te leren plannen. Zo heeft de groepsleider tijd om individuele hulp te bieden aan kinderen die dat nodig hebben. Of om aan kleine groepjes instructie te geven. Kinderen worden gestimuleerd tot zelfstudie en onderzoeken te doen.

Het werken in stamgroepen dwingt de groepsleider uit te gaan van de verschillen van de kinderen. In een 3 jarige stamgroep wordt de groepsleider nog meer gedwongen hier rekening mee te houden.

Een stamgroep bouwen is samen afspraken maken. Van bovenaf opgelegde regels hebben een heel beperkte betekenis, al kun je wel eens even niet zonder. Over essentiële zaken wordt er samen met de kinderen gesproken, waardoor ze voelen samen verantwoordelijk te zijn voor de manier waarop we hier leven. De wekelijkse stamgroep evaluatie neemt hier een belangrijke plaats in. Het is verrassend hoe goed kinderen onder woorden kunnen brengen hoe het afgelopen week gegaan is, en wat er misschien verbeterd kan worden. Ook bekritiseren ze elkaar. Dit proces van samen regels opstellen zorgt ervoor dat kinderen betrokken zijn bij de beslissingen en zich meer voor de uitvoering ervan verantwoordelijk voelen.

De stamgroepleider regelt niet alles en zit niet boven op elk conflict. Hij/zij probeert de kinderen vaardigheden aan te leren, om zelf conflicten op te lossen. Het is een proces van samen verantwoordelijk leren zijn voor de goede gang van zaken, zoals dat later in de maatschappij nodig is.

We besteden veel aandacht aan elkaar leren helpen. Helpen is de "smeerolie"voor het leven in de stamgroepen en in de schoolgemeenschap. Het nadenken over wat "helpen"is- ook binnen Wereld Oriëntatie, in het ervaringsgebied "samen leven", is helpen een thema- en het oefenen met helpen en daarover regelmatig elkaar met elkaar spreken, vanuit de eigen ervaring van helper en geholpene, zijn daarbij belangrijk. Dat geldt ook voor het leren samenwerken. De tafelgroepen nemen bij het helpen een centrale plaats in.

Dat vertrouwen in de ontwikkeling van kinderen gaat niet vanzelf. Soms zijn we een soort koorddansers temidden van de vele eisen die de maatschappij aan het onderwijs meent te moeten stellen. Maar wanneer je zelf ervaart wat voor positieve gevolgen het voor het klimaat in de groep heeft, dan weet je dat het daarvoor doet. Het begrip "welbevinden" uit het Ervaringsgericht Onderwijs krijgt hierdoor zijn invulling.

De kinderen zitten in stamgroepen. Een stamgroep bestaat uit kinderen van verschillende leeftijden, zoals dat ook buiten de school het geval is in het gezin en in de buurt.
Onze school heeft de volgende stamgroepindeling:

onderbouw
4 groepen: 0,1,2

middenbouw
7 groepen: 3,4,5

bovenbouw
3 groepen: 6,7,8

Gedeeltes zijn overgenomen uit "de Rozentuin"

Tafelgroep
Elke stamgroep is verdeeld in tafelgroepen: kleinere groepen van jongens en meisjes, verschillend in leeftijd. De kinderen in een tafelgroep werken samen en helpen elkaar.
Eén van de kinderen is tafelgroepsleider.

Schoolwoonkamer
Iedere stamgroep heeft een schoolwoonkamer. Dit is een zo huiselijk mogelijke ingerichte groepsruimte, die samen met de kinderen beheerd wordt. Zo leren kinderen verantwoordelijk te zijn voor hun ruimte.
Activiteiten voor kinderen
gesprek, spel, werk en viering
Er zijn vier basisactiviteiten, waarin een kind leeft en leert:

gesprek
Door met elkaar in gesprek te zijn kunnen we elkaar informeren en elkaar leren begrijpen. In de kring vinden de meeste gesprekken plaats. De kring is als vorm gekozen, omdat je dan elkaar kunt zien. In de kring wordt over onderwerpen gesproken, die door kinderen of door de groepsleider zijn ingebracht.

spel
Door samen te spelen leren we rekening met elkaar te houden. Ook maken we al spelend iets wat we hebben meegemaakt tot iets van onszelf. Spel is erg belangrijk voor de ontwikkeling van het kind.

werk
Onder werk vallen de uitlegmomenten, de cursussen en de tijden dat de kinderen aan taken werken.

viering
Door samen te vieren leren we elkaar wat ons hoofd en hart heeft beziggehouden.
Zo vieren we de weekopening en weeksluiting, de christelijke feestdagen, verjaardagen, afscheid nemen, begin en einde van het schooljaar, enz.

Ritmisch weekplan
Buiten schooltijd zal een kind op een natuurlijke manier een afwisseling aanbrengen in deze vier basisactiviteiten.
Op school is daarom ook een ritmische afwisseling van gesprek, spel, werk en viering.
Deze afwisseling is vastgelegd in het ritmisch weekplan.

Godsdienstonderwijs
De kinderen worden bewust in aanraking gebracht met de Bijbel. Het is van wezelijk belang dat kinderen normen en waarden vanuit de christelijke levenshouding leren begrijpen.
We willen een "waardenvolle" school zijn. Binnen de school geldt als centrale waarde: zorg voor elkaar.
Het godsdienstonderwijs geven we vorm met o.a. week- en dagopeningen. Hierbij nemen verhalen een centrale plaats in. Door middel van gesprek en spel maken de kinderen zich deze verhalen eigen.

Weekopening
De week beginnen we samen. Kinderen en groepsleiders ontmoeten elkaar op maandagmorgen in de grote zaal. Centraal in de weekopening staat het Bijbelse thema van de komende week. Een groep leidt dit thema in door middel van vertellen, zingen, toneelspel, enz. Er wordt aandacht besteed aan speciale gebeurtenissen b.v. welkom van nieuwe kinderen.
De weekopening vormt een overgang tussen het weekend en de nieuwe week.

Wereldoriëntatie
Wereldoriëntatie is op onze Jenaplanschool een zeer belangrijk vormingsgebied.

Het vormingsgebied wereldoriëntatie is opgedeeld in de leerlijnen tijd en ruimte en 7 ervaringsgebieden: mijn leven, samen leven, communicatie, techniek, maken en gebruiken, omgeving en landschap en "Het jaar rond".
De ervaringsgebieden komen in projecten aan de orde. Daarnaast werken de kinderen aan vrije projecten.
De kinderen ontmoeten en oriënteren zich op de werkelijkheid door:

- zelf vragen te stellen en op zoek te gaan naar antwoorden bij de mensen, de dieren en dingen zelf en in het documentatiecentrum
- zelf waar te nemen, te ervaren en ontdekken
- te luisteren naar verhalen van andere kinderen, de groepsleider, gasten in de school

De kinderen ontmoeten de werkelijkheid in een zo echt mogelijke situatie. De kinderen werken alleen of samen met andere kinderen. Zo wordt de wereld steeds groter en ruimer en leert het kind zelf een mening vormen.

Cursussen
In cursussen leren de kinderen verschillende vaardigheden:
lezen, schrijven, rekenen, samenwerken, onthouden, illustreren, kaartkennis, besef van tijd, een interview afnemen, plannen e.d. Deze vaardigheden zijn eigenlijk "het gereedschap" om de wereld te kunnen ontdekken.

Taalontwikkeling
Op onze school vormt Nederlandse taal één van de belangrijkste vormingsgebieden.
De taalontwikkeling ondersteunt de wereldoriëntatie. We willen het taalgebruik functioneel laten zijn.
Daarnaast lopen ook cursussen om vaardigheden te vergroten. Daarbij onderscheiden we:

- cursus leesvaardigheid (technisch en studerend)
- cursus schrijfvaardigheid (tekst, spelling, schrijven)

Leesvaardigheid
Natuurlijk leren lezen.
Bij het leren lezen willen we aansluiten bij aanleg, tempo en belangstelling van ieder kind. Daarom hebben we gekozen voor natuurlijk leren lezen. Hierbij is vanaf groep 1 de kindertekening het uitgangspunt. Als ondersteuning van dit lees proces worden oefeningen, spelletjes en leesboeken van de "Leeslijn" en "Leesweg" gebruikt.

Voortgezet lezen
Bij het voortgezet lezen spelen de bibliotheekboeken een belangrijke rol. Ze worden gebruikt om de individuele ontwikkeling voort te zetten.

Leeskring
Hierin staat één boek centraal, gekozen en voorbereid door een kind. Het betreffende kind leest uit het boek voor en vertelt erover. Het kan voor de andere kinderen een stimulans zijn om het boek ook te gaan lezen.

Studerend/begrijpend lezen
Het leren van het maken van samenvattingen, schema's enz. en het leren begrijpen van teksten wordt tijdens een cursus aangeboden. Het plezier in lezen staat voorop.


Schrijfvaardigheid

Vrije tekst
Bij de taalontwikkeling willen we uitgaan van de taal van het kind.
In de onderbouw wordt een tekstenboek gebruikt, waarin kinderen tekenen over hun ervaringen. De groepsleider schrijft er woorden bij die door de kinderen aangegeven worden. Woorden worden zinnen, zinnen worden verhalen. Als een kind zelf kan lezen en schrijven is de tekening niet meer het belangrijkst, maar de tekst.
Uiteindelijk schrijven de kinderen een tekst en maken daar een tekening bij.
Teksten gaan over allerlei dingen die de kinderen bezig houden. De kinderen lezen hun tekst voor en laten de tekening zien. De andere kinderen reageren op de inhoud en er worden ervaringen uitgewisseld. Telkens wanneer teksten voorgelezen worden, wordt er één uitgekozen die veel kinderen aanspreekt. Deze tekst wordt op het bord geschreven en met de hele groep besproken met als doel de tekst nog duidelijker en beter leesbaar te maken.
De uiteindelijke tekst is een product van de hele groep. Deze wordt vermenigvuldigd en geïllustreerd en gaat mee naar huis.
Op deze manier maken we kindertaal functioneel en ontdekken de kinderen dat je met je eigen taal een verhaal vast kunt leggen, vermenigvuldigen en verspreiden, een ander kan het lezen en het blijft nog steeds hetzelfde verhaal.

Spelling
Spelling is een middel om de schrijfvaardigheid te vergroten. We bieden de methode Woordbouw Nieuw aan van Kees de Baar . Dit is een geïntegreerde leergang spelling/stellen. Toepassing in teksten krijgt alle aandacht en bovendien koppelt het de woordvaardigheid aan een actieve woordenschat en er kan gedifferentieerd worden.
We kunnen kindgericht werken. Elk kind naar de eigen vermogens hulp bieden.

Schrijven
Het is van belang vanaf het begin de schrijfmotoriek van het kind te ondersteunen.
Naast motorische oefeningen bieden we de kinderen methodisch schrijven aan.

Engels
We vinden het belangrijk de kinderen van groep 7 en 8 vertrouwd te maken met de Engelse taal. Een belangrijk uitgangspunt hierbij is het communicatief leren: jezelf verstaanbaar maken en de ander begrijpen.

Wiskundig rekenen
Rekenen is een belangrijke vaardigheid. We gebruiken de methode "Wereld in getallen". Deze methode biedt voldoende mogelijkheden om rekening te houden met verschillen in aanleg en tempo.
Er wordt sterk de nadruk gelegd op het samen bezig zijn met rekenen-wiskunde, op interactie tussen kinderen. Het is vooral wiskunde doen. De problemen komen uit de werkelijkheid en hebben daardoor aanknopingspunten met de leef- en belevingswereld van kinderen.
Op basis van eigen activiteiten worden kennis, inzicht en vaardigheid verworven. Door te overleggen over de aanpak van een probleem, door oplossingsstrategieën te vergelijken, leren kinderen van elkaar en met elkaar.

Blokperiode
Een vast onderdeel van de dag is het blokperiode. In deze tijd werken de kinderen aan kern- en keuzetaken op het gebied van wereldoriëntatie, rekenen, lezen, enz.
De jonge kinderen werken met een dagplanning.
De oudere kinderen werken met een weekplanning. Ieder kind kiest welke werk hij op welk moment gaat doen en met wie. Zo leren de kinderen hun werk en tijd zelfstandig in te delen. Tijdens de blokperiode helpt de groepsleider individueel en helpen kinderen elkaar. Regelmatig zijn er korte uitlegmomenten voor groepjes die met dezelfde moeilijkheid bezig zijn. Deze manier van werken leert de kinderen zelf verantwoordelijk te zijn voor hun werk.

Kunstzinnige vorming
Bij kunstzinnige vorming wordt aan de inhoud van ervaringen, belevingen en emoties aandacht besteed, maar ook aan de manieren waarop dat geuit kan worden: d.m.v. beeldende vorming, muziek, dans en beweging, toneel, geschreven taal.
Het is een breed vormingsgebied om de creatieve ontwikkeling te stimuleren. Niet alleen werken met hoofd, maar ook met hart en handen.
Het jezelf uiten is belangrijk, maar dat geldt ook voor het begrijpen van uitingen van anderen (theaterbezoek, kunstwerken bekijken, enz.).
Wij maken veel gebruik van het goede aanbod die ondersteunende instellingen op het gebied van de kunstzinnige vorming ons te bieden hebben.

Weeksluiting
De schoolweek eindigt op vrijdagmiddag met de weeksluiting in de grote zaal. Tijdens de weeksluiting wordt teruggekeken op de afgelopen week door middel van dans, muziek, enz. laten de kinderen zien, waar ze mee bezig zijn geweest.



Lichamelijke oefening
De kinderen van groepen 1 en 2 maken gebruik van het speellokaal. Tijdens de spelles is er een afwisselend aanbod van spel, gymnastiek en bewegen op muziek.
De groepen 3 t/m 8 hebben twee keer gymnastiek. Hier is ook sprake van afwisseling in turn- en spellessen.
De kinderen uit groep 3 en 4 hebben gedurende een half jaar zwemles.

Activiteiten voor kleuters
Op onze school staat centraal, dat het kind volop in ontwikkeling is. De basis hiervoor is, dat het kind welbevinden en betrokkenheid uitstraalt.
Daarom zorgen wij voor een goede sfeer en relatie, sluiten we aan bij het niveau van het kind, werken we zinvol in en met de werkelijkheid. We scheppen een schoolomgeving met activiteiten en materialen die aansluiten bij de behoeften van kinderen. De kinderen mogen kiezen en samenwerken en ze krijgen de kans zelf te leren door te doen.
De groepsleiders volgen de ontwikkeling van kinderen op de voet.

Taalontwikkeling
Taal is de basis van al het leren. Taal leert gedachten te ordenen en gevoelens en belevenissen te verwoorden. Door middel van kringgesprekken, vertellen, voorlezen, rijmspelletjes, aanleren van begrippen, drama, enz. wordt het geheugen getraind en de woordenschat uitgebreid.

Natuurlijk leren lezen
In het kader van "ontluikende geletterdheid" wordt er ook in de kleutergroepen aandacht besteed aan letters en het samenstellen van woorden. De kinderen ebben een tekstenboek. De kinderen maken hierin een tekening en vertellen daarbij wat ze hebben getekend aan de groepsleider. De groepsleider schrijft dit naast de tekening op. Het kind kiest een woord uit en gaat het nastempelen met letterstempels.
In de groep is een leeshoek met materialen, die kinderen spelenderwijs uitdagen het leesproces op te pakken.

Voorbereidend rekenen
Naar aanleiding van de thema’s en projecten waar we mee bezig zijn, bieden we verschillende rekenbegrippen aan. Dit doen we o.a. met behulp van het ideeënboek van Wereld In Getallen en de Schatkist rekenen. De begrippen worden in de kring behandeld. Het wordt op een speelse manier aangeboden d.m.v. spelletjes.
De verwerking zien we terug in het werken met ontwikkelingsmateriaal.

Spel
Het spel is in de onderbouw heel belangrijk, zowel binnen- als buitenspel. Al spelend leren (ontwikkelen) de kinderen.
Muziek - drama - dans
We bieden hier de kinderen alle mogelijkheden zich te uiten in muziek, in taal en beweging en in handenarbeid en tekenen.

Viering
Ook de onderbouwgroepen doen natuurlijk mee met de weekopeningen en weeksluitingen. Als ze aan de beurt zijn, verzorgen zij een viering.
Ook de vieringen rondom christelijke feesten vieren we met de hele schoolgemeenschap.


ZORG VOOR KINDEREN
Pedagogisch klimaat en organisatie


Onze grootste zorg is dat elk kind op onze school het voor hem/haar hoogst haalbare niveau haalt op het gebied van persoonlijkheidsontwikkeling en onderwijs.
Voor ons zijn zaken als:

- sociaal- emotionele evenwichtigheid
- creativiteit
- zelfstandigheid
- tolerantie t.o.v. anderen en aparte culturen,

streefdoelen van de eerste orde.

Een optimale ontwikkeling van uw kind vraagt om een optimaal pedagogisch klimaat.
Zorg betekent voor ons: zorg voor alle kinderen. Het gaat erom dat uw kind krijgt wat het nodig heeft om zijn/haar continue ontwikkeling door te maken. Het team is er verantwoordelijk voor dat de kinderen zich op school veilig en op hun gemak voelen.
De sfeer, de manier van omgaan met elkaar, de uitstraling van de school, de schoolomgeving en het gebouw zelf, bepalen het klimaat van de school. Als kinderen met plezier naar school gaan, ontwikkelen ze zich beter en gaat het leren meer vanzelf.

We willen dit bereiken door aandacht te hebben voor:

- ruimte (school/woonkamer)
- tijd (wanneer is een kind aan lezen toe. Is een kind rijp voor de bovenbouw etc.)
- stilte (absolute voorwaarde om naar elkaar te luisteren)

Organisatie
Om bovengenoemde zo goed mogelijk te realiseren hebben wij gekozen voor:
De stamgroep heeft veel invloed op de zorgverbreding:
- uitgaan van verschillen
- elkaar helpen (oudste-jongste) peter-meter systeem
- uitgaan van vragen van het kind
- ruimte geven voor zelfontdekkend leren
- geen competitiesfeer
- blokperiode. De periode waar gewerkt wordt aan leerstof op maat.

Afwisseling van werk, spel, gesprek en viering.
Naast de stamgroep geeft deze pijler van het Jenaplanonderwijs ons een breed beeld van de kinderen. Daarom is het mogelijk een brede zorg aan te bieden!

Extra zorg
Ondanks dit aanbod van brede zorg, blijven er kinderen die "buiten de boot" vallen. Kinderen met leesproblemen worden op een speciaal "leertraject" gezet, dat specifiek is afgestemd op het desbetreffende kind.

Bouwverlenging
"Zitten blijven" kan niet op onze school. Wel komt het voor dat een kind in plaats van 3 jaar, 4 jaar in een stamgroep blijft. Een kind doet dan niet de leerstof over, maar werkt op zijn of haar eigen niveau. Wij spreken dan van bouwverlenging.

Zorg op maat
Het kan zijn dat een kind een heel eigen, individuele leerlijn volgt. Deze wordt ingezet, wanneer de ontwikkeling stagneert. Deze eigen leerlijn voeren we uit op basis van een plan van aanpak. Indien het nodig is wordt het plan bijgesteld.
Volgen van de ontwikkeling van de kinderen in school
Werkbeoordeling
We streven ernaar de kinderen kritisch te maken ten aanzien van zichzelf en elkaar.
Los daarvan nemen de observaties een belangrijke plaats in. (Zij geven een totalere film van het kind dan één enkele foto per toets kan geven.) Niettemin toetsen wij twee keer per jaar om de algemene lijn per kind in de gaten te houden. Dit is door methode gebonden en niet gebonden toetsing.

Verslaggeving per kind
Dat geen twee kinderen gelijk zijn, is algemeen bekend. Elk kind ontwikkelt zich op z'n eigen manier en in z'n eigen tempo. Om dit proces goed te begeleiden is het van belang om alle kinderen van onze school regelmatig te observeren. Ook vinden kindbesprekingen en groepsbesprekingen plaats. Voor ieder kind wordt een dossier aangelegd. Dit dossier bevat:
- observatie gegevens
- toets gegevens
- notities over de bespreking van elk kind

Kindbespreking in het team
Elke bouw houdt regelmatig vergadering, waarin kinderen besproken worden.
Aan het begin van het schooljaar wordt iedere groep op sociaal/emotioneel gebied besproken. In de loop van het jaar vinden kindbesprekingen plaats over kinderen met extra zorg. Vragen en moeilijke beslissingen, omtrent zorgkinderen, worden met het hele team besproken. (De ouders worden hiervan op de hoogte gehouden.)
Kindbespreking met ouders
Huisbezoek
Komt een kind nieuw binnen in een stamgroep dan brengt de groepsleider een bezoek bij de ouders en het kind thuis.

Inloopavonden
Twee à drie keer per jaar is er een inloopavond, waar uw kind u kan informeren over zijn/haar eigen werk.

Stamgroepavond
We verzorgen stamgroepavonden, om u over de werkwijze in de groep te informeren.
We proberen de lijn tussen school en thuis zo kort mogelijk te houden, zodat
noodzakelijk overleg ten alle tijde mogelijk is.

Portfolio
Daarnaast krijgt uw kind twee keer per jaar een portfolio mee, waarin zijn/haar ontwikkeling op creatief- en werkgebied te zien is.

Spreekavond
Ouders kunnen twee keer per jaar op school komen om over de voortgang van hun kind te spreken.
DE OUDERS
de ouderraad
De ouderraad (O.R.) komt maandelijks bijéén met een agenda. Op deze agenda staan vaste punten.

- Opening
- Notulen van de vorige keer
- Mededelingen team/M.R. (Medezeggenschapsraad)
- Ingekomen post
- Basisprincipes van het Jenaplan
- Activiteiten en adviezen

Samenstelling: het aantal O.R. leden is minimaal het aantal van de groepen + één teamlid.
De O.R. probeert zoveel mogelijk de Jenaplanprincipes te ondersteunen. Zij staat het team met raad en daad terzijde. Dit betekent dat de O.R. bij allerlei activiteiten wordt betrokken (denk hierbij aan vieringen, sportactiviteiten, avondvierdaagse, afscheid 8e jaars, ouderavond, enz.), maar ook dat er bij bepaalde te nemen beslissingen gevraagd wordt om mee te denken en/of een advies uit te brengen.
Verder neemt de O.R. ook zelf initiatieven. Op de afdeling Jenaplan worden door de O.R. bijvoorbeeld georganiseerd:
· de jaarlijkse gezellige inloopavond
· de voor- en najaarsmarkt

En natuurlijk kan de O.R. (evenals iedere ouder) zelf ideeën of adviezen aandragen over wat er anders c.q. beter zou kunnen op school.
Eén O.R. lid neemt plaats in de werkgroep Jenaplan.

Werkgroep Jenaplan
In de werkgroep Jenaplan zitten naast een O.R. lid nog drie onafhankelijke ouders die intensief met de Jenaplangedachte bezig zijn.
De doelstelling van de werkgroep is het verstrekken van informatie, het komen met ideeën, het geven van signalen en het ondersteunen van de Jenaplangedachte zo wel intern als extern.

Contacten tussen school en ouders
Een Jenaplanschool is een gemeenschap die kinderen, groepsleiders en ouders omvat. Ouders hebben een deel van de opvoeding van hun kinderen aan de school overgedragen, maar ze spelen in het onderwijs op allerlei niveaus een belangrijke rol. Daarom zijn goede contacten tussen school en ouders een belangrijk uitgangspunt.

Informatie gesprekken
Ouders zijn altijd welkom, voor of na schooltijd, om het werk van hun kind(eren) te bekijken. Er kan dan spontaan een gesprek ontstaan over het kind. Ook kan er een afspraak worden gemaakt voor een gesprek op een later tijdstip als dit door ouder of groepsleider op prijs gesteld wordt.

Koffieochtenden
De ouderraad organiseert enkele keren per jaar een koffie uurtje. Hiervoor worden de nieuwe ouders uitgenodigd. Op deze morgens kunnen alle zaken die de school betreffen aan de orde komen. Er kunnen vragen gesteld worden, tips gegeven worden etc.

Nieuwsbrief
Maandelijks krijgen de kinderen een nieuwsbrief mee met algemeen afdelingsinformatie en met informatie uit de groepen.

Ouderhulp
Een groot aantal ouders staat het team in allerlei situaties bij.
Ouders helpen bij:

- het lezen
- excursies
- overblijven
- keuze-uur
- Tamboer bezoek
- verkeersbrigadiers
- documentatie centrum
- zwemmen
- speldag
- sportevenementen
- klussen
- afscheid 8e jaars
- Oud papier

Groepsbezoek
Bij alle groepen is er gelegenheid om, na afspraak, een morgen of middag in de groep mee te draaien. U kunt dan uw kind in de groep bezig zien.

Weeksluiting

Ouders mogen de weeksluiting bijwonen.

Open dagen
Begin februari organiseren we jaarlijks een open dag, waarop belangstellenden kennis kunnen maken met onze school.

De resultaten van het onderwijs
Elk kind krijgt de kans op zijn eigen niveau te werken.
De kinderen worden gestimuleerd naar beste kunnen te presteren.
Meetbare leerprestaties van kinderen op het gebied van lezen, schrijven en rekenen enz. voldoen aan de eisen van de wet (kerndoelen).

Er is een goede aansluiting op het voortgezet onderwijs.
De kinderen leren veelzijdig:

samenwerken, communiceren, een ander helpen, creatieve oplossingen voor steeds andere problemen, iets organiseren, iets moois maken, goed kunnen luisteren, je mening durven geven, zelfstandigheid.

Er is een gezellige sfeer
Kinderen moet je leren om met elkaar om te gaan. Door het zien en ervaren van verschillen die er zijn, er dankbaar gebruik van te maken, leer je kinderen om te gaan met "anders zijn". Je hebt de meest geschikte manier gevonden om pesten tegen te gaan en je creëert een schoolgemeenschap, waar iedereen met plezier naar toe gaat.

©2000-2010